Tags

, , , ,

Hoewel Leeuwarden altijd straatnamen gehad heeft, werd er pas in 1806 besloten de woningen te nummeren. Dit gebeurde aanvankelijk niet per straat, maar per wijk. Leeuwarden kende binnen de stadswallen een tiental wijken, “espels” genaamd. In een espel werden de woningen achtereenvolgend doorgenummerd, straat na straat. Je hebt een kaart nodig om de achterhalen welke huisnummer in welke straat lag. Gelukkig staan nu afbeeldingen van de desbetreffende wijkkaarten op de Beeldbank van het Historisch Centrum Leeuwarden.

Heb je een letter-nummer combinatie dan kun je hier de exacte ligging van het pand achterhalen: In 1843 zijn bij het samenstelling van de eerste wijkregisters (het begin van het Bevolkingsregister in Leeuwarden) zeer precieze kaarten getekend. In 1877 werd overgegaan tot een straatsgewijze nummering. Hierdoor kregen de meeste woningen een nieuwe combinatie: straatnaam + de letteraanduiding van de espel + huisnummer per straat. Ook de kaarten met de nieuwe nummering staan afgebeeld in de Beeldbank.

Idanus Hendrikus Slaterus kocht in 1827 voor ƒ 903.,= een woning in de Slotmakersstraat: wijk letter I nummer 316. De letter I werd ook vaak aangeduid met de letter J. Deze bestond dan ook niet als aparte wijk. De volgende wijk droeg de letter K…

Op de kaart van 1843 zien we de ligging: komende vanaf “Bij de Put” het eerste pand links in de Slotmakersstraat:

Deel van wijkkaart Letter I, 1843

“Eene huizinge en plaats Letter J. no. 316 in de Slotmakersstraat te Leeuwarden,
door wijlen Hendrik Beijer bewoond geweest, den twaalfden Mei achttienhonderd-zevenentwintig te aanvaarden, bestaande in een voorhuis met twee schuiframen aan de straat, eene kamer met een schuifraam uitziende op de plaats en een schuifraam aan het voorhuis, een haardsteed, een bedsteed en twee kasten, waar onder zich bevindt een kelder, welke deszelfs ingang heeft in het voorhuis, daar achter een keuken met schuifraam aan de plaats, en een haardstee met staande en leggende platen, twee kasten en een tinkast, een pomp met koperen kraan en watersteen, hebbende een lichtschepping aan de zuidkant, een gangje, waarin een trap naar boven, aldaar een kamertje met een schuifraam aan de straat en een bedsteed, daar achter een turfzolder,  voorts een vliering, verders achter de turfzolder een kamertje met drie glasramen en een bedsteed; – naastleggers zijn ten oosten T.J. Rodenburg, ten zuiden A.F. Hoitema, ten westen de Straat, ten noorden de Heer S. Nauta met en mandeelige muur; aangeslagen in de belasting van gebouwde eigendommen voor zes guldens zesen vijftig cents, en belast met eene jaarlijksche grondpacht aan de Stad Leeuwarden groot vijftien cents.—–

Kantoorbediende Idanus Hendrikus betaalt ƒ 103,= zelf en de resterende  ƒ 800,= leent hij van de “Heeren Pieter Broers Plantenga & Antoon van Assen, kooplieden beiden te Leeuwarden” tegen een jaarlijkse rente van 5%. Tien jaar later verkoopt hij het winkelhuis voor ƒ1200,= aan de timmerman Roelof Broersma; lost de hypotheek in en huurt een “zeer ter nering staande en welbeklante koopmans huize met pakhuis” in de Sacramentsstraat (K.23). Dit pand is duidelijk groter en duurder (bij verkoop 1837 geboden ƒ 2722,00) en Idanus Hendrikus betaalt hiervoor ƒ 300,= huur per jaar. Per 12 mei 1838 moet hij dit pand ontruimen en huurt voor ƒ 280,00 een vergelijkbaar winkelhuis “Bij de Wortelhaven”, letter I no. 43.

Leeuwarder Courant, 9 juni 1843