Tags

, , ,

Johannes Slaterus was op 9 september 1741 teruggekeerd van “de Oost”. Ik weet niet waar hij zich gevestigd heeft in Nederland. Misschien wel bij zijn zuster, die een winkel in zijden stoffen had op de Nes (later op de Oude Turfmarkt) in Amsterdam. Ik ben van Johannes (tot nu toe) geen verdere gegevens tegengekomen, behalve dan dat hij zich voor een tweede maal aanmeldt bij de VOC.

Ditmaal niet als zeeman, maar als soldaat; beter gezegd als korporaal (laagste rang die mag bevelvoeren over een afdeling) voor een salaris van 14 guldens per maand. Dat was 6 guldens minder dan op de vorige reis als bottelier. Blijkbaar had Johannes geen andere keus. Hij was intussen ouder geworden en wellicht was de economische toestand in Nederland zo verlechterd (door de Oostenrijkse successieoorlog) dat hij geen andere uitweg zag.

Op Nieuwjaarsdag 1744 koos het schip “Sijbeskarspel” met 173 opvarenden aan boord onder gezag van kapitein Hendrik Volkers het ruime sop. Ook nu moest het schip na vier dagen alweer terugkeren naar Texel. Op 9 januari zeilde het schip opnieuw uit richting Kaap de Goede Hoop, waar zij op 6 april aankwamen. Na daar gedurende een paar weken de voorraden aangevuld te hebben, voeren ze op 18 april verder om op 3 juli op de rede van Batavia voor anker te gaan.

Johannes bleef anderhalve maand in Batavia totdat hij overgeplaatst werd naar Jambi aan de oostkust van Sumatra. 15 september trok hij verder naar Palembang, waar hij op 30 oktober 1744 overleed “zonder testament of goederen na te laten“. Da VOC had daar een handelspost om de monopolie op de peperhandel, die het van de sultan van Palembang had gekregen, te beschermen. Jaarlijks werd er 50.000 pond witte peper geleverd.

Palembang

Deze reis heeft Johannes niet het geluk en voorspoed gebracht waarop hij gehoopt zal hebben. Integendeel, al na 10 maanden wachtte hem het wrede lot van ziekte en de dood… Er resteerde een schuld van 102 guldens, 3 stuivers en 13 penningen, die de VOC in mindering bracht op de uitbetaling van de schuldbrief…