Tags

, , , , , ,

Zomertijd is vischtijd, en zoo gaan „cognatus noster Slaterus”, secretaris van de stad Ootmarsum, met W. H. Dröghoorn en enkele anderen uit visschen. „Multosque pisces cepimus, in his lucius lupes pendens 11 lr: wij vingen veel visch, waarbij een wolf van een snoek, elf pond zwaar.

W.H. Dingeldein (een in Twente zeer bekende schoolmeester en streekhistoricus in het begin van de vorige eeuw) citeert hier uit de dagboeken van een jonge Wennemar Hendrik Dröghoorn uit Ootmarsum.

Portret van Vrederechter Wennemar Hendrik Dröghoorn (1754-1813) (Openluchtmuseum in Ootmarsum)

Wennemar Hendrik was de oudste zoon van rentmeester Joan Georg Dröghoorn (1747-1775). Van oorsprong uit Duitsland bekleedde de familie Dröghoorn belangrijke functies in de stad Ootmarsum. Wennemar ging eerst in Oldenzaal naar de Latijnse school en later naar Utrecht om rechten te studeren. Van hem zijn uit deze periode dagboeken bewaard gebleven en ook brieven van hem en zijn vader.

In de dagboeken wordt vaak verteld over de bezoeken aan en van de stads-secretaris en advocaat dr. Johannes Jacobus Slaterus (1735-1785). Wennemar noemt hem “cognatus noster”

W.H Dingeldein schrijft meer hierover in Verslagen en Mededeelingen De Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis (VORG), 56e stuk – 1940, pag. 100:

Joan Georg Dröghoorn trouwde 2 October 1750 met Anna Christina ten Cate, geboren te Eibergen 15 Februari 1726 als dochter van Willem ten Cate en Arnolda Geertruij(d) Meijling…

…Eveneens bestond er verwantschap tusschen hem en Dr. Johannes Jacobus Slaterus, die 17 Juli 1735 te Goor werd gedoopt als zoon van Ds. Johannes Jacobus Slaterus, predikant aldaar van 1726-1745, en Anna Christina Meiling, in 1775 secretaris van Ootmarsum werd en aldaar in 1785 overleed. Deze relatie kan alleen via de Meijlings tot stand zijn gekomen, doch de genealogie dezer uitgebreide familie is op sommige punten nog duister. Men mag echter aannemen, dat de moeder van den Ootmarsumschen secretaris een zuster was van Arnolda Geertruij Meijling, de vrouw van Willem ten Cate te Eibergen. In dit geval was Dröghoorns vrouw naar haar tante Anna Christina Slaterus-Meiling genoemd en waren Dr. Johannes Jacobus Slaterus en Dröghoorns vrouw neef en nicht, zoodat ook Dröghoorn terecht van den secretaris als zijn “neef” kon spreken.

Dingeldein vertaalt het Latijnse woord “cognatus” hier met neef, terwijl het meestal een bredere betekenis heeft: “bloedverwantschap”.

Ik twijfelde aan de aanname dat de moeder van J.g. Dröghoorn en die van J.J. Slaterus zusters waren. Qua leeftijd kon ik me dat niet voorstellen: Anna Christina Meiling moest omstreeks 1685 geboren zijn, uitgaande van haar huwelijksdatum in 1704. De ouders van Christina Geertruid trouwden pas in 1693.

Het voordeel van onze tijd is dat we thuis veel bronnen op internet kunnen raadplegen, zo ook de DTB-boeken van Eibergen. Wat blijkt uit het Trouwboek over de jaren 1701-1724 van de Nederduits Gereformeerde Gemeente Eibergen?

27.04.1704 Willem ten Kate, s. van zalliger Henrik ten Kate, met Arnolda Geertruijd Meijlings, dogter van dominus Jan Adolf Meijling, beijde alhier. Copul[atie = voltrekking] 27 april.

Arnolda Geertruida was wel de dochter van een predikant: echter niet van Hoseas Meiling, maar van Jan Adolf, mogelijk een broer van Hoseas. In het doopboek van Eibergen vond ik de bevestiging:

31.05.1685 den lesten maij Johannes Adolphus Meilingus – Anna Reijmingh – eleude [=echtelieden]
– eene dochter laten dopen genant ARNOLDE GERTRUIJT

Joan Georg en Johannes Jacobus waren dus zeker geen neven van elkaar, maar wel verwant. Hoe precies moet ik nu verder uitzoeken.