Tags

, , , , ,

In 1901 (datum stempel 3 augustus 1901) ging een piepjonge Hoezeas Slaterus (1894-1982) logeren (út fan hús) bij zijn oom en tante in Harlingen. Oom Piet van Oostrum (1873-1954) was handelsreiziger en woonde enkele jaren met zijn vrouw Tettje Dijkstra (1871-1962) in Harlingen. In 1901 hadden ze reeds twee kleine jongetjes: Klaas was bijna drie jaar oud en Frans anderhalf.

In de korte tekst bij de kaart laat Hoezeas’ vader Idanus Hendericus Slaterus (1859-1959) weten dat hij binnenkort samen met zusje Teuntje per trein in Harlingen aankomt. Ik vermoed dat Hoezeas’ moeder, Coenradina Geertruida Dijkstra (1865-1945), op dat moment al bij hem is in Harlingen.

Lieve Hoezeas,

Uw Vader met zusje komen Zondagmorgen om half tien. Zijt gij bij de trein. Goed oppassen hoor.

Wij verlangen al. I.H.S.

Opmerkelijk is dat in die tijd een adres nog niet nodig was om de kaart te bezorgen: “Den Heer P. v. Oostrum, Harlingen” was al voldoende! Ook schreef men toen nog (een korte) tekst op de voorkant van de ansichtkaart. De achterzijde was voor “het adres bestemd”.

Mijn “oude opa” was blijkbaar nog niet gewend om postzegels in de juiste hoek te plakken…